Hoofdstuk 6. De Jachtpartij

This entry is part 7 of 8 in the series De Hel van Bangkok
.

De tropische middaghitte van Kanchanaburi drong niet door tot het luxueuze hoofdgebouw van de plantage. Achter de dikke, witgekalkte muren van de koloniale villa heerste een serene, gekoelde rust. De airconditioning zoemde zachtjes op de achtergrond. De vloer van glanzend, donker teakhout reflecteerde het gedempte licht dat door de zware, zijden gordijnen viel. 

Deze residentie was een oase van decadente luxe, mijlenver verwijderd van de modder en het zweet van de suikerrietvelden buiten. Hier, in hun privévertrekken, hadden de beide trans Meesteressen een omgeving gecreëerd die volledig was ingericht op hun esthetiek en comfort. 

Voordat Parichat naar Bangkok vertrok, vertelde ze aan Pon dat ze nodig was in Bangkok in de fabriek, waarschijnlijk tijdelijk. De Meesteressen zouden zelf meer diensten draaien in de fabriek en Parichat zou haar later vertellen hoe of wat.

 

Vandaag had Pon gekozen voor een outfit die was ontworpen om te intimideren en te verleiden. In plaats van haar gebruikelijke zwarte leer droeg ze een ensemble van smetteloos, ijzig wit. Een flinterdun, wit plissérokje viel hoog op haar heupen, zo kort dat elke subtiele beweging van haar lichaam de contouren van haar benen accentueerde. Haar strakke, zijden witte blouse glansde in het gedimde licht en was tot hoog in de hals gesloten, wat haar een bijna Koninklijke, onaantastbare uitstraling gaf. Haar voeten staken in strakke, kniehoge lederen laarzen—krijtwit en glanzend gepoetst—die luidruchtig en dominant over het kostbare teakhout stapten.

Midden in de riant ingerichte kamer knielde de jonge slaaf op een dik, handgeknoopt tapijt. Zijn jonge lichaam was gespannen, zijn ademhaling snel en oppervlakkig. Er was geen sprake van verzet; zijn hele houding ademde een diepe, sensuele overgave. Hij kende de hiërarchie en hunkerde naar de harde, maar betoverende aandacht van zijn Meesteres in deze luxueuze setting.

Pon stapte langzaam naar voren. Het witte plissérokje deinde verleidelijk en ritmisch mee met de zelfverzekerde stappen van haar laarzen. Ze bleef vlak achter de jongen staan en legde een gehandschoende hand in zijn nek. Haar vingers knepen zachtjes toe—een bezitterig gebaar dat hem, te midden van alle weelde, herinnerde aan haar totale zeggenschap over hem.

Toen zij de controle volledig overnam en hem van achteren binnendrong met haar harde she-cock, veranderde de sfeer in de kamer in een spel van macht en overgave. De dynamiek was hard, veeleisend en compromisloos, maar gedrenkt in een diepe, erotische lading. Bij elke krachtige, dwingende stoot van haar stijve harde lul in zijn krappe anus, deinde haar korte witte rokje mee met haar bewegingen. De jongen reageerde op de intensiteit van haar aanwezigheid, zich bewust van de onvermijdelijke koers die zij had uitgezet, hij kreunde van de pijn.

Het contrast tussen de smetteloze, witte esthetiek van haar kleding en de rauwe overgave van de jongen op het luxueuze tapijt was adembenemend. Een fijne glans van zweet parelde op hun lichamen, ondanks de koele lucht in het hoofdgebouw. Het enige geluid in de besloten ruimte was het ritmische ritselen van het witte leer, het opwaaien van de plooien van haar rok en de zware ademhaling van de jongen, die zich volledig verloor in de overweldigende kracht van zijn Meesteres. Pon hield haar blik strak op hem gericht; haar gezicht was een masker van superieure, sensuele dominantie terwijl ze hem neukte.

Toen haar intense ejaculatie achter de rug was, bleef het even doodstil in het vertrek. Pon stapte langzaam achteruit en liet de slaaf haar nog steeds erecte penis schoonlikken. Haar ademhaling was nauwelijks versneld. Met een vloeiende, kalme beweging streek ze de plooien van haar witte rokje weer strak en controleerde ze of haar blouse nog perfect zat. Ze gunde de uitgeputte jongen op de vloer geen blik waardig meer; zijn rol was gespeeld, de dominantie in het paleis bevestigd. Het sperma liep langzaam uit zijn rauwe anus. Hij mocht voorlopig met haar mee naar haar nieuwe baan.

Pon glimlachte nauwelijks merkbaar terwijl ze een blik wierp door de grote glazen schuifdeuren, die uitzicht boden op de zinderende hitte van de verre plantage. Het masker van de meedogenloze zakenvrouw viel direct weer op zijn plaats. Buiten strekten de suikerrietvelden zich uit waar haar wreedheid dagelijks heerste, maar hier binnen bezat zij een even absolute, onbetwiste macht.

Ze liet zich op de bank zakken en nam een drankje aan van haar slaaf. Ondertussen overdacht ze de woorden van Parichat; deze stap zou haar carrière binnen de organisatie een flinke impuls geven. Nu de oogst binnen was en de akkers waren afgebrand, nam de werkdruk aanzienlijk af. Ze overwoog om het beheer over te dragen aan haar eigen familie en die van Parichat, of om het land op te splitsen en extra grond aan te kopen.

Met de hulp van haar huisslaven kleedde ze zich om voor haar middaginspectie. Ze trok een leren rijbroek aan, gecombineerd met haar vertrouwde laarzen met sporen en haar leren topje. Haar paard stond al klaar, uitgerust met haar geweer, een bullenpees en een lasso. Nadat ze een koppelriem met een revolver om haar middel had gegespt, besteeg ze met haar rijzweep in de hand het dier om aan haar ronde te beginnen.

De opbrengst van de oogst was inmiddels veiliggesteld en verkocht. In de barakken zaten de slaven geketend en opgesloten. Pon begon met het selecteren van de mannen; sommigen waren bestemd voor de fabriek, anderen voor de laatste zware klussen op het land, en een specifieke groep voor de aanstaande jachtpartij. Het evenement waarbij de Meesteressen zich zouden vermaken door de slaven op te jagen en hen uiteindelijk koelbloedig te doden.

De deelnemende dames waren Wannapah, Parichat, Pon en Tou. Tik deed aan dit soort praktijken nooit mee; zij bewaakte de fabriek en was altijd druk bezig om de zaak, met de hulp van haar broer, optimaal te organiseren voor een maximale winst. Daarnaast probeerde ze de familieleden die ze nog had zo gunstig mogelijk te positioneren binnen het bedrijf.

Nu de oogst voorbij was en ze geketend in hun barak zaten, vreesden de suikerrietarbeiders het ergste. Het geluid van hun naderende Meesteres te paard bevestigde hun vermoedens. Pon steeg af en wierp de teugels naar een opzichter die haastig kwam aanrennen. Een andere opzichter boog diep voor haar en opende de deur van de barak. Buiten was de vrachtwagen met de vijf afgeschreven fabrieksslaven—de jachtprooien—inmiddels gearriveerd; de mannen zaten vastgeketend in een kooi.

Op aanwijzing van de opzichter selecteerde Pon drie slaven uit de barak en liet hen overbrengen naar de kooi, die daardoor overvol raakte. De achterblijvers in de barak begrepen meteen dat deze selectie een gegarandeerd doodvonnis betekende; de binnengebrachte fabrieksslaven verkeerden in een zodanig deplorabele staat dat het einddoel overduidelijk was.

De daaropvolgende selectie voor de fabriek verliep moeizaam, slaaf voor slaaf. De mannen vreesden het ergste en verzetten zich hevig. Met grof geweld werden ze naar buiten gesleept, in de vrachtwagen vastgeketend en verdoofd. Tijdens dit gewelddadige optreden liet Pon zich niet onbetuigd; ze tuigde een van de weerspannige slaven zo zwaar af, dat ze hem ter plekke selecteerde voor de kooi. Hierdoor werd het leven van een andere slaaf voorlopig gered. Uiteindelijk bleven er drie mannen over die moesten helpen met opruimen, om later door haar persoonlijk naar de fabriek te worden gebracht. Parichat had haar opgedragen deze mannen zelf te castreren, een klus waar ze met gezonde nieuwsgierigheid naar uitkeek. Alles stond nu klaar voor de volgende dag.

De volgende ochtend brandde de zon genadeloos boven de kale vlaktes van Kanchanaburi. Het suikerriet was geoogst en had plaatsgemaakt voor een desolate, zwarte vlakte van as en scherpe stoppels. De verzengende hitte trilde vlak boven de grond.

Aan de rand van het veld stonden vier paarden klaar. De amazones—twee biologische vrouwen en twee kathoeys—droegen exclusieve paardrijkleding en zonnebrillen die hun blikken volledig emotieloos maakten. Terwijl bedienden hen koelte toewuifden, dronken ze ijskoude champagne onder een luifel en genoten ze op hun gemak van het uitzicht op de slachtoffers.

Op twintig meter afstand stonden de acht prooien doodsangst uit. Vijf van hen waren uitgemergelde fabrieksslaven, fysiek en mentaal gebroken door hun eerdere castratie. Ze droegen slechts een lendendoek en hun blote voeten stonden in de hete as. De andere drie waren Birmaanse landarbeiders. Omdat deze mannen nog niet gecastreerd waren, stonden ze bekend als potentieel opstandig; zij vormden de leukste doelwitten voor de jacht.

“Ze zijn te apathisch,” stelde Tou kil vast, terwijl ze haar rijzweep hard tegen haar laars sloeg. 

“Als ze als makke schapen blijven staan, is er geen lol aan.”

“Geen zorgen,” glimlachte Parichat met een ijskoude wreedheid. 

Ze knikte naar een zwaarbewapende bewaker. “Geef ze een voorsprong. Maak ze met harde hand duidelijk wat er gebeurt als we ze dadelijk levend inhalen.”

De bewaker loste een schot vlak boven hun hoofden en sloeg de achterste man met een bamboestok hard over de rug. De angst nam het over van de uitputting. De acht mannen begonnen in pure paniek te rennen, waarbij de scherpe, droge stoppels hun blote voeten openhaalden. Ze struikelden over de zwarte aarde in een hopeloze vlucht naar de jungle.

De vier vrouwen bestegen hun paarden met een kille, superieure elegantie. Pon liet haar paard wild steigeren en lachte luidkeels naar de rest. “Honderdduizend baht voor degene die het eerste bloed vergiet!” riep ze, waarna ze haar sporen hard in de flanken van haar paard zette.

“Geaccepteerd!” antwoordde Tou, die haar paard direct in galop zette.

De jacht was geopend. De hoeven van de vier paarden sloegen een ritmisch, denderend geluid op de droge grond, waardoor er grote wolken van zwart stof en as achter hen opstegen. Voor de Meesteressen was dit het ultieme amusement in de buitenlucht, een welkom contrast met de duisternis van de fabriek.

Door het open, kale landschap hadden ze een perfect overzicht; de slaven waren te voet volstrekt kansloos. Binnen enkele minuten hadden de paarden de afstand gehalveerd. Parichat en Tou reden aan de leiding, hun gezichten strak van de adrenaline en competitiedrang.

Wanneer ze een slaaf naderden, brachten ze de paarden niet tot stilstand; het spel was puur bedoeld om de prooien uit te putten en te treiteren. Tou stuurde haar paard rakelings langs een rennende man, hierdoor stootte de flank van het dier hem hard tegen de grond. Terwijl de man in het stof rolde, haalde ze met een brute zwaai uit met haar zweep. Een scherpe knal volgde, direct overstemd door een ijselijke schreeuw van pijn.

“Ik win!” riep Tou triomfantelijk, terwijl ze haar paard keerde voor een nieuwe aanloop.

Pon en Wannapah hielden hun paarden juist dicht bij elkaar en manoeuvreerden tactisch. Met de brute kracht van de dieren dreven ze twee andere slaven naar elkaar toe, zodat de mannen in blinde paniek hard tegen elkaar op botsten. Vanaf haar paard keek Pon met een mengeling van walging en fascinatie neer op de verminkte lichamen van de slaven. Voor haar was dit de ultieme demonstratie van macht: het volledig controleren en vernietigen van degenen die zij als minderwaardig beschouwde.

Wannapah steeg af en ranselde beide slaven genadeloos af. Ze boeide hen en liet ze hulpeloos in de modder achter. Daarna steeg ze weer op en ging ze op jacht naar de voormalige politieagent; alle dames wisten dat deze specifieke prooi voor Wannapah was gereserveerd.

Pon had het paard van Wannapah vastgehouden en steeg nu zelf ook af. Ze gaf de teugels van haar paard aan een toegesnelde opzichter die getuige werd van de absolute wreedheid van haar Meesteres. Pon pakte een dha—een traditioneel Thais executiezwaard—van haar zadel en liep naar de twee slaven die langzaam probeerden op te krabbelen, maar op hun knieën bleven zitten. De mannen zagen haar aankomen en wisten precies wat hun te wachten stond. Pon liet hen op een meter afstand van elkaar knielen, ging achter hen staan en onthoofde de slaven kort na elkaar. Het bloedige spektakel trok ondertussen de aandacht van iedereen in de nabijheid.

Na deze gruwelijke executie sloot Pon zich weer aan bij de rest van de jacht; dit was iets wat ze altijd al had willen doen. Tou had het tafereel van een afstandje bekeken en bedacht dat Pon een uitstekend personage zou zijn voor haar films.

Ondertussen was Wannapah haar slachtoffer op het spoor. Van alle slaven was de politieman de sterkste en de snelste, maar ook hij had geen schijn van kans tegen de snelheid van haar paard. Dit keer steeg ze niet direct af, omdat ze hem te gevaarlijk vond. Vanuit het zadel schoot ze de man koelbloedig in beide knieën. Pas toen hij kermend neerviel, steeg ze af en sloeg hem met haar bullenpees dood. Ze sleepte het ontzielde lijk achter haar paard eigenhandig terug naar het terras en liet de rest van de slachtpartij over aan de andere dames.

De resterende klopjacht veranderde in een langdurige, sadistische marteling. De overgebleven slaven werden telkens ingesloten, doelbewust omvergelopen door de paarden en opengehaald door de zwepen van de dames, die elkaar luidkeels aanmoedigden en elkaars techniek bekritiseerden. De brandende zon en het verstikkende, opwaaiende zwarte stof maakten het ademen voor de uitgeputte mannen nagenoeg onmogelijk.

Pas toen de zon haar hoogste punt bereikte en de laatste slaven bloedend en volledig gebroken op de zwartgeblakerde aarde lagen, besloot Parichat dat het spel voorbij was. Ze reikte koelbloedig naar de zijkant van haar zadel, waar een glanzend, modern jachtgeweer in een lederen foedraal zat.

“Een schot vanaf een paard, dat is pas kunst,” zei Parichat, terwijl ze het wapen richtte op de eerste slaaf die probeerde overeind te krabbelen. Er klonk een schot en de man, die zich net had opgericht, stortte ter aarde; hij was al dood voordat hij de grond raakte.

Tou en Pon hielden hun paarden in bedwang en keken toe met een ijskoude, verveelde glimlach, terwijl de middagzon de as op het veld deed glinsteren als zwarte diamanten. Vervolgens stegen de drie dames af en executeerden ze de overgebleven slaven eigenhandig met hun revolvers.

Pon en Wannapah hielden daarna de supervisie over de vernietiging van de lichamen. De anders zo keurige Wannapah was hier uitsluitend bij aanwezig om er absoluut zeker van te zijn dat de politieman definitief verdween; hij was immers het enige slachtoffer dat aan een van de dames gelinkt kon worden, en wel aan haar. De lichamen werden verbrand in een oven. Dit vuile werk werd uitgevoerd door een paar aangewezen opzichters, die en passant door beide dames zelf werden geëxecuteerd om er zeker van te zijn dat er geen getuigen overbleven.

De opzichters die de moordpartij wél overleefden, waren inmiddels al onderweg naar hun nieuwe werkplek in de fabriek. De plantage had nu geen landarbeiders en opzichters meer over, met uitzondering van de huisslaven en de privéslaven van Pon en Parichat. 

De beide dames hadden besloten de plantage uit te breiden, deze daarna te splitsen en de twee onafhankelijke delen te laten managen door hun respectievelijke families, maar ditmaal op een legale manier. Hoewel dat hun winsten behoorlijk zou reduceren, zou het lijden van de Birmese migrantenarbeiders er niet veel minder om worden; Pon en Parichat zouden er immers persoonlijk voor zorgen dat veel van het werk strak werd geïntegreerd.

Er restte nu nog één probleem: kolonel Suchart en enkele van zijn corrupte medewerkers. De operatie in Kanchanaburi was te riskant geworden, maar een van de voornaamste doelen—het leveren van arbeiders aan de fabriek—kon door de uitbreiding van de plantage op nog grotere schaal worden voortgezet. 

Dit was een reorganisatie die Parichat alvast kon doorvoeren in de aanloop naar de grote vergadering. De plantage en de bijbehorende slaven waren immers in het gezamenlijke eigendom van haar en Pon. Parichat gebruikte deze bijeenkomst op de plantage tevens om het plan van Tik onder de aandacht te brengen.

Nadat ze zich hadden opgefrist en hadden gedineerd, vertrokken Wannapah en Tou richting Bangkok, een afstand van slechts 128 kilometer. Wannapah liet zich rechtstreeks naar haar appartement in het centrum van de stad brengen voor een inspectie van haar bordeel en overleg met haar nicht; zij wilde zich grondig voorbereiden op de aanstaande vergadering.

Tou liet zich de gehele weg oraal verwennen door de twee slaven die haar op deze trip begeleidden. De chauffeur hoorde zijn Meesteres continu in extase, wat hem een constante erectie bezorgde, waarbij zij zoals gebruikelijk haar zweepje niet spaarde. De wreedheden die de drie mannen die dag van hun kleine Meesteres hadden gezien, zouden ze hun korte, resterende leven niet meer vergeten; ze wisten dat blinde gehoorzaamheid hun enige optie was.

Na het eten dronken Parichat en Pon samen nog koffie, een gewoonte die Parichat had meegenomen uit Nederland. Ze bespraken de aankoop van de naburige plantage. Hun families zouden ieder één plantage gaan beheren om onderlinge problemen te voorkomen, al bleven beide plantages eigendom van hen samen. Tegelijkertijd smeedden ze een geraffineerd plan om zich definitief te ontdoen van kolonel Suchart en zijn consorten.

Na de koffie trokken ze zich terug in hun eigen vertrekken; er was de volgende ochtend nog veel te doen.

De slaapkamer van Pon bevond zich in de oostelijke vleugel van het hoofdgebouw. Het was een ruimte die haar persoonlijke smaak perfect weerspiegelde: een tikkeltje donkerder, intiemer en intenser dan de rest van de villa. De muren waren bekleed met zwaar, dieprood zijdebehang dat het weinige binnendringende daglicht absorbeerde. Een gigantisch hemelbed van zwartgelakt bamboe domineerde de kamer, omhuld door flinterdunne, zwarte muggennetten die als sluiers naar beneden vielen. De airconditioning blies een ijzige stroom lucht de ruimte in, wat een scherp contrast vormde met de zinderende hitte buiten de dikke muren.

Pon stond voor de kamerhoge spiegel. Haar outfit was een zorgvuldig gekozen uiting van haar eigen, scherpere stijl van dominantie. Ze droeg een gitzwart, glanzend lederen plissérokje dat strak om haar heupen sloot, nóg korter dan dat van Parichat. Haar blouse was van transparante zwarte kant, waaronder een strak satijnen korset haar taille insnoerde. Haar voeten staken in loeistrakke, kniehoge zwarte laklederen laarzen met vlijmscherpe naaldhakken en zilveren sporen die bij elke minieme beweging zachtjes rinkelden op de harde houten vloer. Haar lippen waren donkerrood gestift en haar zwarte haar zat in een strakke, hoge paardenstaart.

Op het voeteneinde van het bed lag haar persoonlijke slaaf: een jonge, atletische man wiens armen met verfijnde, lederen riemen waren vastgebonden aan de zware bamboepalen van het hoofdeinde. Hij lag op zijn buik; zijn ademhaling was zwaar en vol anticipatie. Hij wist dat Pons aanpak verschilde van die van Parichat; Pon was grilliger en speelser, maar daardoor ook onvoorspelbaarder.

Pon draaide zich langzaam om van de spiegel. Het zwarte plissérokje ritselde vervaarlijk bij de abrupte beweging. Ze liep met trage, luide stappen op het bed af, waarbij haar naaldhakken zich hoorbaar in het teakhout boorden. In haar hand hield ze een korte, flexibele lederen rijzweep vast, waarmee ze zachtjes tegen haar eigen laars tikte. Tik. Tik. Het geluid sneed door de gekoelde stilte van de kamer.

Ze stapte het verhoogde platform van het bed op en ging wijdbeens over de jonge man heen staan. Ze leunde lichtjes voorover, waardoor de zoom van haar ultrakorte zwarte rokje ver opkrulde tot over haar billen. Ze liet de punt van her zweep langzaam over zijn ruggengraat glijden, van zijn nek tot aan zijn onderrug. De jongen rilde bij de aanraking van het koele leer op zijn warme huid.

“Je hebt vandaag goed geluisterd,” fluisterde Pon met een lage, hese stem. “Maar ook hier binnen gelden mijn regels. En ik eis je volledige aandacht.”

Toen ze de controle volledig overnam en hem van achteren claimde, barstte de scène los in een meedogenloos en hypnotiserend ritme. Pon bewoog zich met een superieure, sensuele agressie. Bij elke krachtige, dwingende stoot die ze uitdeelde, kwam het korte zwarte plissérokje wild in beweging. Het flinterdunne leer deinde en waaide op bij haar heupen, waardoor haar achterkant bij elke beweging intrigerend zichtbaar werd in de spiegelwand tegenover het bed.

De dynamiek was hard en intens; Pon genoot zichtbaar van haar absolute overwicht in de beslotenheid van haar eigen kamer. Het zweet glansde op hun lichamen in de gekoelde ruimte. Het monotone, ritmische geritsel van het zwarte leer en het zachte rinkelen van haar zilveren sporen vermengden zich met de diepe, genotvolle ademhaling van de jongen, die zich volledig overgaf aan haar meedogenloze ritme. Pon hield haar blik strak op de spiegel gericht en genoot van het visuele schouwspel van haar eigen dominantie.

Toen de intense ontlading achter de rug was, bleef Pon nog even over hem heen staan met een licht versnelde ademhaling. Ze stapte langzaam van het bed af, waarbij haar naaldhakken weer hard op het hout landden. Met een koele, routineuze beweging streek ze de geplooide stroken van haar zwarte rokje weer glad en controleerde ze haar make-up in de spiegel. De intense passie maakte direct weer plaats voor haar ijzige, zakelijke masker.

Op dat moment klonk er een zacht, ritmisch kloppen op de zware slaapkamerdeur. Het was de stem van een bediende.

“Meesteres? Kolonel Suchart is zojuist gearriveerd. Hij vraagt dringend naar U en Meesteres Parichat.”

Pon glimlachte wreed in de spiegel. Ze pakte haar rijzweep, draaide zich om en gunde de vastgebonden jongen op het bed geen blik waardig meer.

“Laat hem wachten in mijn kamer,” zei ze luid genoeg zodat haar bediende het hoorde. Ze opende de deur en stapte de gang in, klaar om de buitenwereld weer te tonen wie de werkelijke macht in handen had. Ze bekeek zich zelf in de lange staande spiegel en keurde haar outfit waarin ze net haar jongste bediende had geneukt voor de ontmoeting met de kolonel. Niet nog om Parichat te storen.

Suchart was door de bediende naar haar ontvangstkamer gebracht; hij hoorde zijn Meesteres aan komen, haar hakjes tikten op de teakhouten vloer. Hij voelde zich onzeker worden, hij was gekomen om meer geld te claimen. Hij vond dat hij nu bijzonder zware misdaden moest toedekken en daar moest meer vergoeding voor betaald worden, vond hij, maar hij moest wel sterk blijven in haar aanwezigheid. 

Pon kwam de ruimte binnen en liep heupwiegend naar haar bureau; haar verschijning, het korte rokje, de laarzen met de vlijmscherpe hoge hakken en haar topje en dit gecomplementeerd met het zweepje waarmee ze net haar slaaf behandeld had, werkte verpletterend op hem. Zij ging achter haar grote bureau zitten en zei: “Kniel slaaf”. Al zijn voornemens ten spijt wist hij niet hoe snel hij moest knielen. Zij wist waar voor hij kwam, hij zou het niet krijgen van haar; als hij zou blijven aanhouden dat zou ze hem afmaken als een hond.

“Kom hier slaaf en aanbid je Meesteres.”

Suchart kroop in zijn uniform op zijn knieën naar haar toe, haar rokje was al erg kort maar was wat opgekropen en hij kon haar geslachtsdelen in zijn geheel zien, geen blote borsten en geen blote schouder (allemaal erg Thais) maar onder haar rokje kon hij haar nu groeiende paal zien. Pon werd erg opgewonden van een politiekolonel op zijn knieën die haar laarzen kuste.

Pon vertelde over hun plannen, over de uitbreiding en het semi legaal gaan, dus aanzienlijk minder inkomsten, meer kosten en hij Suchart zou geen verhoging krijgen en mocht blij zijn dat hij nog wat kreeg. De niet meer zo stoere politieman bedankte haar voor het aanbood en moest zich toen voor haar uitkleden. De bediende van Pon kwam net een drankje brengen voor zijn Meesteres en zag nog net hoe de naakte politieman in zijn mond gespuugd werd door de Meesteres.

Suchart had de eer om de Meesteres nu voor de derde keer klaar te maken en moest hier dan ook een hoge prijs voor betalen. Pon nam ruim te tijd voor haar ejaculatie, toen ze uiteindelijk in zijn keel klaar kwam was zijn rug zwaar gestriemd van haar aanmoedigingen met de zweep en had hij de klem in zijn kaken. Op weg terug naar zijn bureau, trok hij zich af in zijn dienstwagen. Hij zou uiteindelijk niet meer lang te leven hebben.

De Hel van Bangkok

Hoofdstuk 5. De Nieuwe Orde in de Kelder Hoofdstuk 7. Christiaan

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *