De hitte in de buitenwijken van Bangkok was verstikkend, maar in de vochtige kelder onder de pas aangekochte voormalige wasserij was de lucht bedompt. Een verdieping hoger stonden industriële wasmachines en drogers in strakke rijen opgesteld afgewisseld met de andere apparatuur, nodig in een wasserij.
Dit was geen SM-kelder meer voor rijke westerlingen met schuldgevoelens; dit was een fabriek. Gekocht met het gecombineerde kapitaal van de vier vrouwen die nu op de betonnen loopbrug stonden neer te kijken op hun nieuwe koninkrijk.
Wannapah keek zwijgend toe. Op haar pumps was zij meer dan 180 cm groot, ongewoon lang voor een Thaise vrouw. Met haar kille, superieure houding was zij het anker van de operatie. Naast haar stond Parichat, wiens lederen kleding haar androgyne lichaam perfect accentueerde. Parichat glimlachte terwijl ze op haar telefoon keek naar de logistieke updates van haar Nederlandse vriend Christiaan. Hij regelde de exportlijnen naar de VS en Europa, overtuigd dat hij werkte voor een redelijk legitieme, schone textiel- en assemblagehub in Zuidoost-Azië. Hij wist van niets—of liever gezegd, hun bankrekening was te comfortabel om kritische vragen te stellen. Aan de andere zijde stond Tou, klein, adembenemend mooi en bezitter van een sadisme dat zo puur was dat het grensde aan het serene.
En dan was er Tik. Bijna zeventien. Ooit binnengebracht als levend onderpand voor de gokschulden van haar vader. Nu stond ze hier als volwaardig partner, gekleed in glanzend zwart leer. De zware make-up die de ze droeg maskeerde haar jeugdige gezicht maar niet haar ijskoude lege blik. Ze had zichzelf omhoog gevochten. Ze had haar broer vrijgekocht van Tou, al was ‘vrij’ een relatief begrip. Haar broer stond achter haar. Hoofd gebogen, de ogen strak op de grond gericht. De jarenlange, systematische conditionering door Tik en Tou had zijn geest volledig herschreven. Hij was haar broer niet meer; hij was haar persoonlijke bezit. Er was geen therapie voor wat hem was aangedaan, en Tik deed daar ook niet aan. Hij functioneerde nu als haar schaduw, gehoorzaam aan haar tot in de dood. Thuis, in het luxueuze penthouse dat Tik voor haar broer en moeder had ingericht, probeerde hun moeder de situatie te negeren. Ze genoot van de rijkdom, de dure zijden kleding en de rust, maar de blik in de ogen van haar zoon als hij in de buurt van zijn jongere zus was, deed haar rillen van een ongemakkelijke, diepe angst.
Tou was in de SM-villa al toeleverancier van onderpandjongens en meisjes uit de woekerpraktijken van haar en haar familie, dit werd voor de SM- villa teveel, dus was er in eerste instantie besloten dat ze dat aantal terug zou brengen. Parichat was in haar eigen geboorte regio begonnen met dezelfde woekerpraktijken aanvankelijk zonder onderpandkinderen. Maar voor een rendabele operatie bleken er in de fabriek veel meer slaven nodig te zijn dan die ze uiteindelijk zelf konden leveren, ondanks dat Parichat nu ook met onderpand jongens en meisjes werkte. Ze leverde ook slaven via haar farm.
“De eerste batch slaven is gearriveerd,” zei Wannapah, haar stem laag en monotoon. “En de vier meisjes die we hebben geselecteerd zijn klaar voor hun vuurdoop als opzichters. Ze moeten nu deelgenoot worden. Vandaag worden zij ook schuldig.”
Parichat lachte melodieus zacht, een geluid in tegenspraak met haar gedepraveerde karakter.
“Dan is de nu tijd voor de modificatie. Zonder ballen gehoorzamen ze beter en werken ze harder. Die nieuwe meisjes moeten het nu leren er staat ze veel werk te wachten.”
De deuren van de goederenlift gleden open. Vier jonge meisjes, de nieuwe opzichtsters in opleiding, duwden met behulp van stroomschokstokken de eerste rij slaven naar binnen. Onder hen bevonden zich arbeidsmigranten uit Myanmar en Cambodja, maar ook een handvol Thaise mannen die hun schulden niet hadden kunnen betalen aan de loan sharks waarmee de Meesteressen zaken deden.
Tussen hen liep één specifieke man. Hij was mager, zijn gezicht getekend door angst en drank. Tiks vader. Ze had hem doelbewust laten opsporen en opkopen.
Buiten voor de deuren van de modificatie ruimte werden de mannen niet zo zachtzinnig op hun knieën gedwongen. De Meesteressen betraden de afgesloten modificatieruimte.
“Breng hem naar binnen,” beval Tik. Ze wees haar vader aan, haar stem verraadde geen enkele emotie.
Twee jonge opzichtsters dreven hem naar binnen, midden in de ruimte stond een roestvaste stalen tafel met stalen boeien die opengeklapt konden worden voor handen en voeten, er waren riemen om benen en torso van een slaaf te fixeren, ook het hoofd kon vastgezet worden. Er konden twee slaven tegelijk vastgezet worden.
De vader keek wild om zich heen, zag zijn dochter en begon te smeken.
“Tik… alsjeblieft… ik ben je vader. Ik heb je het leven gegeven…”
“Je hebt me verkocht,” antwoordde Tik ijskoud. Ze knikte naar de opzichtsters.
“Maak hem vast. Als je wegkijkt, zit je morgen zelf in de kelder.”
De meisjes, lijkbleek maar doodsbang voor de jonge Meesteres, deden boeien om armen en voeten van de slaaf en klikten ze vast, ook de benen en torso zetten ze stevig vast. Het hoofd werd in dit geval niet vastgezet maar stevig vastgehouden door de meisjes. Ze hadden duidelijk geoefend, de slaaf lag in 2 minuten onbeweeglijk vast op de tafel.
De vier Meesteressen vormden een cirkel rond de tafel. Voor Tou, Parichat en Wannapah was dit het moment waarop de opwinding begon. De sfeer in de ruimte veranderde; de zware geur van angst en de naderende verminking werkte als een zinderend afrodisiacum op hen. Hun ademhaling werd zwaarder.
Tik stapte naar voren. Ze pakte de zware, roestvrijstalen burdizzo-tang die op het instrumentenblad lag, de meisjes hielden het hoofd van vader vast, hij werd gedwongen naar zijn eigen castratie te kijken.
“Kijk goed naar wat je schuld waard is, vader,” fluisterde Tik.
Ze plaatste de zware bekken van de castratietang rond de zaadstrengen. Met een plotselinge, brute kracht kneep ze de handgrepen naar elkaar toe. Het metaal sloot zich met een kille, mechanische klik.
Een rauwe, dierlijke schreeuw schoot door de kelder, zo hard dat de tl-buizen leken te trillen. De man trok krom op de tafel, zijn spieren spanden zich tot het breekpunt, maar de greep van de beugels en de doodsbange meisjes hield hem onwrikbaar op zijn plaats. De Meesteressen keken toe, hun ogen glanzend van een donkere, seksuele opwinding die door de ruimte pulseerde. Tou legde een hand op Tiks schouder, haar vingers gleden zachtjes over het leer.
Tik hield de tang secondenlang vast, tot het weefsel intern volledig was verbrijzeld en de bloedtoevoer voorgoed was gestopt. Toen liet ze los. De vader zakte als een lege zak vlees in elkaar op het staal, snikkend, biologisch gekraakt. Zijn ballen zouden uiteindelijk door zijn lichaam opgenomen worden.
“Maak hem los,” zei Tik tegen de nieuwe opzichtsters.
“Zet hem buiten aan de wand vast totdat ze allen behandeld zijn en zet ze dan aan de lopende band bij de kleding. Als hij over een uur niet honderd labels heeft omgenaaid, voeren we de eerste executie uit. En ik zal zelf het handle overhalen.”
De jonge opzichtsters knikten hyperventilerend. Ze waren nu medeplichtig aan een misdaad die hen voor het leven aan de Meesteressen bond. Verraad was vanaf nu onmogelijk; ze waren deel van de machine geworden.
Terwijl de vader via de achterkant van de ruimte werd weggeleid en vast werd gezet, keek Tik naar haar drie collega’s. De onderneming was nu echt officieel geopend. De politie van Bangkok zou hier niet komen zoeken. Deze kelder was goed verborgen. Dit was het koninkrijk van de vier, gebouwd op gecastreerd slavenvlees en absolute controle.
Ze hadden nu een gesloten, sadistisch ecosysteem gecreëerd waarin menselijke biologie en psychologie volledig werden gekraakt en geprogrammeerd om maximale winst en totale controle te garanderen.
In de diepste catacomben van de fabriek was de grens tussen mens en machine definitief uitgewist. De Meesteressen bestuurden hun imperium niet met managementregels, maar met biologische verminking en psychologische deconstructie.
Voor de jonge jongens die als onderpand werden binnengebracht, begon de hel direct bij de drempel. Op een roestvrijstalen tafel, onder het kille schijnsel van een halogeenlamp, werden ze systematisch gecastreerd. Geen medeleven zelf niet een medisch medeleven, louter een kille, veterinaire ingreep om de testosteronproductie te stoppen. Zonder de mannelijke hormonen verdween elke drang tot rebellie, elke neiging tot agressie of ontsnapping. Wat overbleef waren apathische, dociele schimmen, die zonder protest achttien uur per dag kledinglabels sneden of printplaten soldeerden tot hun vingers bloeden. Hun wilskracht was weggenomen door castratie. Wat hun overbleef was pijn, verlies en uitzichtloosheid.
De dynamiek bij sommige uitverkoren onderpandmeisjes was nog perverser. Zij die bij binnenkomst een harde, kille vonk in hun ogen toonden, werden niet achter de naaimachines gezet. Ze werden geselecteerd voor de opzienersopleiding. Door middel van systematische lijfstraffen en psychologische conditionering werden ze emotioneel volledig losgekoppeld van hun eigen lotgenoten. Ze kregen een zweep en een uniform. Het was de ultieme triomf van de eigenaressen: slachtoffers transformeren in de meest meedogenloze beulen van hun eigen lotgenoten. Deze jonge opzichtsters straften harder dan wie dan ook, gedreven door de angst om zelf weer tussen de slaven te moeten zwoegen.
Alle mannelijke slaven werden uiteindelijk door deze meisjes gecastreerd. Voor een meisje, eenmaal in de kelder was dit de enige uitweg.